Home » verkeersregels » Ongelijkwaardig kruispunt: zo werkt het
Op een gelijkwaardig kruispunt bepalen de standaard voorrangsregels wie er gaat. Maar de meeste kruispunten in Nederland zijn niet gelijkwaardig: de voorrang is er geregeld door borden, wegmarkeringen of verkeerslichten. Hoe je die leest en wat ze precies betekenen, legt dit artikel stap voor stap uit.
Een ongelijkwaardig kruispunt is een kruispunt waar de voorrang niet door de standaard verkeersregels wordt bepaald, maar door borden, wegmarkeringen of verkeerslichten. De rechtsregel geldt hier niet: wat er op het wegdek of langs de weg staat, bepaalt wie er gaat.
Een ongelijkwaardig kruispunt herken je aan de aanwezigheid van minimaal één van de volgende elementen:
Een ongelijkwaardig kruispunt is in feite hetzelfde als een voorrangskruispunt: op al deze kruispunten is de voorrang expliciet geregeld en wijkt die af van de standaard rechtsregel. In de praktijk zijn ongelijkwaardige kruispunten veruit het meest voorkomend. Woonwijken, provinciale wegen, snelwegen: vrijwel overal is de voorrang geregeld.
Ben jij klaar voor je theorie-examen?
Check je niveau en start direct met oefenen. Meer dan 3.000 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.
Op een ongelijkwaardig kruispunt gelden niet de standaard voorrangsregels, maar de aanwijzingen van borden, markeringen of lichten. Welke regel van toepassing is, hangt af van wat er ter plaatse staat. Goed oefenen met deze situaties is essentieel, want de combinaties wisselen en een verkeerde inschatting heeft direct gevolgen.
De B-borden zijn de meest voorkomende manier om de voorrang te regelen op een kruispunt. Ze zijn onderverdeeld in borden die aangeven dat jij voorrang hebt, en borden die aangeven dat jij voorrang moet verlenen.
Jij hebt voorrang
B1 is het geel-witte ruitvormige bord dat aangeeft dat je op een voorrangsweg rijdt. Zolang je dit bord ziet, heb je bij elk kruispunt op die weg voorrang op het kruisende verkeer. De voorrangsweg eindigt bij bord B2.
B2 markeert het einde van de voorrangsweg. Vanaf dit punt gelden de normale regels weer.
B3 staat op het kruispunt zelf en toont een schematische tekening van het kruispunt met een dikke streep over de doorgaande weg. Rijd je over de dikke streep, dan heb je voorrang op verkeer van zowel links als rechts.
B4 werkt hetzelfde als B3, maar geeft aan dat alleen verkeer van links voorrang moet verlenen aan jou.
B5 werkt hetzelfde als B3, maar geeft aan dat alleen verkeer van rechts voorrang moet verlenen aan jou.
Jij moet voorrang verlenen
B6 is de omgekeerde driehoek met rode rand. Je moet voorrang verlenen aan al het verkeer op de kruisende weg. Stoppen is niet verplicht als de weg vrij is.
B7 is het stopbord. Je bent verplicht volledig te stoppen voor de stopstreep, ook als er geen verkeer is. Pas daarna beoordeel je of je veilig kunt doorrijden.
Soms ontbreken de borden, maar is het kruispunt toch ongelijkwaardig. In dat geval wijzen wegmarkeringen de weg.
Haaientanden op het wegdek hebben dezelfde juridische kracht als bord B6. De punten wijzen naar de bestuurder die moet wachten. Ontbreken zowel borden als haaientanden, dan is het kruispunt gelijkwaardig en gelden de standaard voorrangsregels.
Ook een kruispunt met werkende verkeerslichten is ongelijkwaardig. De lichten bepalen de voorrang, en die gaan boven alle borden en wegmarkeringen. Staan de lichten uit of knipperen ze geel, dan vervalt de regeling en val je terug op de standaard voorrangsregels.
Niet altijd zijn borden of markeringen de reden dat een kruispunt ongelijkwaardig is. Er zijn situaties waarbij de weginrichting zelf de voorrang bepaalt.
Een uitrit die uitkomt op de openbare weg is altijd ongelijkwaardig: wie de uitrit verlaat moet alle weggebruikers op de openbare weg voor laten gaan, ongeacht uit welke richting ze komen.
Een onverharde weg die een verharde weg kruist is ook ongelijkwaardig. Verkeer op de onverharde weg verleent altijd voorrang aan verkeer op de verharde weg, ook als dat verkeer van links komt.
Ongelijkwaardige kruispunten zijn veruit het meest voorkomend in het Nederlandse verkeer. De kans dat je op het CBR-examen meerdere vragen krijgt over dit onderwerp is groot, en de situaties kunnen complex zijn door de combinatie van borden, markeringen en andere verkeersdeelnemers.
Autotheorie oefenen met ongelijkwaardige kruispunten doe je het best met realistische situatiefoto’s waarbij je zelf de voorrang moet bepalen. Precies dat is waar TheorieIQ op inspeelt: met duizenden oefenvragen gebaseerd op echte verkeerssituaties oefen je tot je de regels feilloos toepast, ook onder de tijdsdruk van het examen.
Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Leer meer over verkeersregels