Home » verkeersborden » Stop bord
Kom je een stopbord tegen, dan moet je altijd volledig stoppen, ook als er geen enkel ander voertuig in zicht is. Daarna verleen je voorrang aan iedereen op de kruisende weg. Klinkt simpel, maar juist dat verplichte stoppen levert op het examen verrassend veel foute antwoorden op. Wanneer moet je nou echt stilstaan, en voor wie geldt dat bord eigenlijk?
Het stopbord vraagt twee dingen van je, en die volgen elkaar op. Eerst kom je volledig tot stilstand. Daarna verleen je voorrang aan al het verkeer op de kruisende weg.
Dat volledig stilstaan is niet zomaar een formaliteit. Je wielen moeten echt even stilstaan, ook als je van ver al ziet dat er niemand aankomt. Langzaam doorrollen en dan invoegen telt dus niet als stoppen, iets waar examinatoren en handhavers scherp op letten.
Je herkent het bord meteen aan zijn vorm. Het stopbord is achthoekig en daarmee het enige verkeersbord in Nederland met acht kanten. Die vorm is bewust gekozen, want ook als het bord onder de sneeuw zit of scheef is gedraaid, zie je aan de omtrek nog steeds dat het om een stopbord gaat.
En voor wie geldt het nou? Voor alle bestuurders, dus naast auto’s en motoren ook voor fietsers, bromfietsers en snorfietsers. Voetgangers vallen er niet onder, want die tellen niet als bestuurder. Zij mogen dus gewoon oversteken zonder zich iets van het bord aan te trekken.
Ben jij klaar voor je theorie-examen?
Check je niveau en start direct met oefenen. Meer dan 3.000 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.
Een stopbord duikt niet zomaar overal op. Het staat juist op plekken waar voorrang verlenen alleen niet genoeg is, meestal omdat het zicht slecht is. Denk aan een kruising waar bomen, een bocht of een gebouw je het uitzicht ontnemen, zodat je pas veilig verder kunt als je echt even stilstaat en goed kijkt.
Ook op onbewaakte spoorwegovergangen kom je het bord soms tegen, als extra manier om je te dwingen goed uit te kijken of er een trein aankomt. En je ziet het regelmatig bij de uitrit van een bedrijventerrein, waar veel vrachtverkeer de openbare weg op draait.
Waar moet je nou precies stoppen? Bij een stopbord hoort bijna altijd een witte streep op het wegdek, de stopstreep. Die streep is jouw punt: daar sta je stil, en van daaruit kijk je of je veilig kunt oversteken. Is er geen streep, dan stop je vlak voor de kruising, op de plek waar je het beste overzicht hebt.
In sommige landen komt het stopbord veel vaker voor. Zo wordt het stopbord in Noord-Amerika bij een groot aantal kruisingen gebruikt, ook als het een overzichtelijke kruising is.
De grote valkuil bij het stopbord zit hem in dat woordje “altijd”. Je moet volledig stilstaan, ook als je van ver al ziet dat de kruisende weg helemaal leeg is. Geen enkel voertuig in zicht is dus geen reden om door te rijden. Precies daar gaat het op het examen vaak mis.
Dat maakt ook meteen het verschil met bord B6 duidelijk, het bord dat alleen “voorrang verlenen” betekent. Bij B6 mag je gewoon doorrijden als de weg vrij is, zonder te stoppen. Bij het stopbord moet je hoe dan ook eerst tot stilstand komen, ook al is er niemand. Een simpele manier om het te onthouden: B6 laat je nadenken, het stopbord laat je stoppen.
En daarna? Zodra je stilstaat, verleen je voorrang aan al het verkeer op de kruisende weg. Dat geldt niet alleen voor auto’s en motoren, maar ook voor fietsers en bromfietsers die daar rijden. Pas als je zeker weet dat je niemand in de weg zit, mag je optrekken en de kruising over.
Bord B6: voorrang verlenen. Je mag doorrijden als er geen ander verkeer is.
Bord B7: stopbord. Je moet altijd volledig stoppen en voorrang verlenen. Geen verkeer? Toch stoppen.
Het stopbord is misschien wel het strengste voorrangsbord dat je tegenkomt, maar juist daardoor het makkelijkst te onthouden. Zie je die rode achthoek, dan weet je genoeg. Remmen tot je helemaal stilstaat, kijken, en pas dan verder.
Die achthoekige vorm is je geheugensteun, want geen enkel ander bord in Nederland heeft acht kanten. Acht kanten, dus even helemaal tot stilstand. Onthoud dat op je examen en je trapt niet in de klassieke strikvraag over de lege kruising.
Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Leer meer over verkeersborden