
Home » motor theorie » Strikvragen op het motor theorie-examen: dit moet je weten
Het CBR stelt geen bewuste strikvragen. Het examen is bedoeld als eerlijke toetsing van je kennis en inzicht, en elke vraag heeft een correct antwoord dat je kunt kennen als je de stof goed beheerst. Toch zijn er vragen die kandidaten opvallend vaak fout beantwoorden, niet omdat ze de stof niet kennen, maar omdat ze de vraag verkeerd interpreteren of te snel lezen. Wie weet welke vragen dat zijn, staat een stuk sterker op de examendag.
De onderstaande vragen komen regelmatig terug in het motor theorie-examen en zorgen voor verrassend veel fouten. Niet omdat de stof zo ingewikkeld is of vol strikvragen zit, maar omdat de vraagstelling precies inspeelt op wat je intuïtief denkt. Neem ze door, oefen de motortheorie en onthoud waar de valkuil zit.
Veel kandidaten antwoorden hier direct “ja” op, maar het juiste antwoord is nee. De reden zit in het verschil tussen verkeer en bestuurders. Voetgangers zijn wel verkeer, maar geen bestuurders. De voorrangsregel voor verkeer van rechts geldt alleen voor bestuurders, niet voor al het verkeer (en dus niet voor voetgangers). Een voetganger die van rechts de weg oversteekt heeft dus geen voorrang op jou als motorrijder.
Hier is het antwoord juist ja, en dat voelt voor veel kandidaten als een verrassing. Als je afslaat en een voetganger steekt over op de weg waar jij op uitkomt, ‘rijdt’ die voetganger in feite rechtdoor op dezelfde weg. Jij bent degene die een nieuwe richting op gaat, waardoor je de overstekende voetganger voor moet laten gaan.
Niet per se. De meest linkse rijbaan klinkt logisch als je linksaf wilt, maar als de rechterbaan dezelfde richting toelaat, moet je in principe op de rechterbaan voorsorteren. De meest linkse rijbaan is bedoeld voor wie alleen daar terecht kan, niet voor wie ook rechts had kunnen staan. Veel bestuurders vergeten dit onderscheid en kiezen automatisch voor links, bijvoorbeeld om sneller te zijn.
Voorkom dat je in ‘strikvragen’ op het motortheorie-examen trapt door niet goed te lezen. Soms kan een woordje als ‘altijd’ of ‘verkeer’ versus ‘bestuurder’ en groot verschil maken voor het juiste antwoord. Neem de tijd om de vraag goed te lezen: het loont!
De basisregel is dat inhalen altijd links gebeurt. Toch zijn er situaties waarin rechts inhalen op de motor is toegestaan, en dat verrast veel kandidaten. Bij filevorming mag je als motorrijder tussen de rijstroken doorrijden, wat neerkomt op rechts inhalen. Hetzelfde geldt bij het passeren van een tram, bij invoegen en bij uitvoegen. De valkuil zit hem in het woord “altijd”: rechts inhalen mag niet zomaar, maar ook niet nooit.
Ja, en dit is een regel die veel mensen niet kennen of vergeten. Voor motoren geldt de verlichting overdag als verplicht, terwijl dit voor auto’s niet wettelijk verplicht is. Moderne motoren hebben daarom vaak verlichting die automatisch aan gaat zodra je de motor start.
Weet je dit niet, dan is de verleiding groot om “nee” te antwoorden omdat je overdag toch goed zichtbaar bent.
Nee, en dat geldt ook voor motorrijders. Hoewel motorrijders een file tussen de rijstroken mogen passeren, blijft de vluchtstrook verboden terrein. De vluchtstrook is uitsluitend bedoeld voor noodsituaties en hulpverlening. De valkuil is dat kandidaten weten dat motorrijders files mogen passeren, en daaruit de verkeerde conclusie trekken dat de vluchtstrook daarvoor ook beschikbaar is.
Nee, niet altijd. Een tram heeft in veel situaties voorrang, maar er zijn uitzonderingen. Staat het verkeerslicht op rood voor de tram, dan heeft de tram geen voorrang. Ook wanneer je als motorrijder al op een kruispunt bent, hoef je niet te wachten op een naderende tram.
Het woordje “altijd” in de vraag is het signaal om extra goed na te denken, want absolute regels zijn in het verkeer zeldzaam.
Nee, niet altijd. Je bent verplicht te stoppen als een voetganger duidelijk de intentie heeft om over te steken of al aan het oversteken is. Staat een voetganger op de stoep naast het zebrapad zonder aanstalten te maken, dan ben je niet verplicht te stoppen. De valkuil is dat veel mensen denken dat een zebrapad automatisch betekent dat je moet stoppen zodra er iemand in de buurt staat.
Ja, dat mag in Nederland sinds 1991. Motorrijders mogen tussen de rijstroken door rijden, maar alleen onder voorwaarden. Het snelheidsverschil met het overige verkeer mag niet meer dan 10 km/u bedragen, en op snelwegen met meer dan twee rijstroken moet je de ruimte tussen de twee meest linkse rijstroken gebruiken.
De strikvraag zit hem in de voorwaarden: veel kandidaten weten dat filerijden mag, maar kennen de specifieke regels niet goed genoeg om een precieze vraag over snelheidsverschil of rijstrookpositie correct te beantwoorden.
Ben jij klaar voor je theorie-examen?
Check je niveau en start direct met oefenen. Meer dan 3.000 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.
De meeste fouten op uitdagende vragen ontstaan niet door gebrek aan kennis, maar door te snel lezen. Neem bij elke vraag de tijd om de volledige vraagstelling door te lezen voordat je een antwoord kiest. Bereid je ook goed voor op alle soorten vragen die het CBR stelt op het motor theorie-examen.
Let daarbij extra op absolute termen zoals “altijd”, “nooit” of “iedereen”. In het verkeer bestaan bijna altijd uitzonderingen op een regel, waardoor het antwoord op zulke vragen vaker “nee” is dan je verwacht.
Vertrouw ook niet blind op je eerste ingeving, zelfs als een antwoord logisch lijkt. Juist bij vragen die eenvoudig aanvoelen loert de valkuil, omdat je minder geneigd bent om kritisch te blijven lezen.
Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Leer meer over motor theorie