Home » verkeersregels » Voorrangskruispunt: dit moet je weten
Op de meeste kruispunten geldt de basisregel: verkeer van rechts heeft voorrang. Maar zodra je een bord ziet met een geel-witte ruit, een omgekeerde driehoek of een bord met een dunne en dikke streep, weet je dat het anders zit. Dan ben je op een voorrangskruispunt, en bepalen de borden wie er eerst mag gaan.
Een voorrangskruispunt is een kruispunt waar door middel van borden of haaientanden is geregeld wie voorrang heeft. De normale regel dat verkeer van rechts voorrang heeft, geldt hier niet. In plaats daarvan bepaalt de bebording wie er mag doorrijden en wie er moet wachten.
Een voorrangskruispunt herken je aan de borden die ervoor staan, en soms aan haaientanden op het wegdek. Er zijn twee soorten verkeersborden: borden die aangeven dat jij voorrang hebt, en borden die aangeven dat jij voorrang moet verlenen.
Jij hebt voorrang
Bord B3 toont een kruispunt waarbij de doorgaande weg als dikke streep is afgebeeld. Rijd je over die dikke streep, dan heb je voorrang op verkeer van links en rechts.
Bord B4 toont alleen een weg van links.
Bord B5 alleen een weg van rechts.
Het ezelsbruggetje: de dikke streep heeft altijd voorrang op de dunne.
Jij moet voorrang verlenen
Bord B6 is een omgekeerde driehoek met rode rand. Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, maar hoeft niet per se te stoppen als de weg vrij is.
Bord B7 is het stopbord: je moet volledig stoppen voor de stopstreep, ook als er geen verkeer is.
Haaientanden
Soms ontbreken de borden en zijn er alleen haaientanden op het wegdek aangebracht. Die hebben dezelfde juridische kracht: de punten wijzen naar jou, jij verleent voorrang.
Bij een voorrangskruispunt gelden vaste regels voor zowel de bestuurder die voorrang heeft als de bestuurder die voorrang moet verlenen. Welke situatie op jou van toepassing is, zie je op de borden.
Zie je bord B6 (haaientand), dan verleen je voorrang aan alle bestuurders op de kruisende weg. Je hoeft niet te stoppen als de weg vrij is, maar je moet er zeker van zijn dat je niemand hindert. Twijfel je? Stop dan.
Bij bord B7 (stopbord) is stoppen verplicht, ook als er geen verkeer is. Je brengt het voertuig volledig tot stilstand voor de stopstreep en kijkt daarna of je veilig kunt doorrijden.
Staan er haaientanden zonder bord, dan gelden dezelfde regels als bij B6: voorrang verlenen, stoppen alleen als dat nodig is.
Rijd je over de dikke streep op bord B3, B4 of B5, dan heb jij voorrang. Dat betekent dat kruisend verkeer voor jou moet wachten. Toch betekent voorrang krijgen niet dat je klakkeloos kunt doorrijden. Controleer altijd of het kruisende verkeer ook daadwerkelijk stopt, zeker bij onoverzichtelijke situaties.
Rij je op een voorrangsweg aangeduid met bord B1 (gele ruit), dan heb je bij elk kruispunt op die weg voorrang, totdat je bord B2 tegenkomt (gele ruit met diagonale streep erdoor).
Bord B1: Voorrangsweg.
Bord B2: Einde voorrangsweg.
Voorrangskruispunten kom je overal tegen, van drukke stadswegen tot rustige buitenwegen. Binnen de bebouwde kom staan ze vaak bij de overgang van een hoofdweg naar een zijstraat. Buiten de bebouwde kom vind je ze vooral waar provinciale wegen kleinere wegen kruisen.
Het lezen van de situatie begint al voordat je het kruispunt bereikt. Zie je bord B3, B4 of B5, dan weet je dat jij voorrang hebt op het kruisende verkeer. Maar dat betekent niet dat je niet hoeft te controleren of het andere verkeer ook daadwerkelijk stopt. Niet elke bestuurder let goed op, en een kruispunt is precies de plek waar die inschattingsfout fataal kan zijn.
Nadert het kruispunt en zie je bord B6 of haaientanden, dan ben jij degene die wacht. Kijk goed af of de weg vrij is voordat je oprijdt, ook als je denkt dat er niemand aankomt. Een auto die met hoge snelheid de hoofdweg afkomt, is soms pas laat zichtbaar.
Twijfel je bij het naderen van een kruispunt over wie er voorrang heeft? Vertraag dan altijd. Het is beter om een keer onnodig te wachten dan om een situatie verkeerd in te schatten.
Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Klaar om te oefenen?
3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Leer meer over verkeersregels