Begrippenlijst autotheorie

De autotheorie zit vol begrippen die je snel moet herkennen tijdens het examen. Van voorrangssituaties tot verkeersborden en voertuigtechniek. Deze begrippenlijst geeft je een compact overzicht van de belangrijkste termen. Elk begrip is kort en duidelijk uitgelegd, zodat je snel kunt begrijpen wat ermee bedoeld wordt en het makkelijker onthoudt tijdens het oefenen.

URL has been copied successfully!
URL has been copied successfully!
Facebook
X (Twitter)
Whatsapp
Link kopiëren

Voorrang en verkeersregels

Afslaan Van rijrichting veranderen naar links of rechts.
Bestuurder Iemand die een voertuig bestuurt of begeleidt.
Blokmarkering Onderbroken streep die een rijstrookscheiding aangeeft.
Doorgaand verkeer Verkeer dat een weg volgt zonder af te slaan.
Gelijkwaardig kruispunt Kruispunt zonder voorrangsborden of verkeerslichten.
Haaientanden Wegmarkering die aangeeft dat je voorrang moet verlenen.
Inhalen Een voertuig passeren dat in dezelfde richting rijdt.
Invoegen Je aanpassen aan het verkeer bij het oprijden van een weg.
Kruispunt Plaats waar wegen elkaar kruisen of samenkomen.
Links afslaan Naar links van richting veranderen op de weg.
Rechts afslaan Naar rechts van richting veranderen op de weg.
Rijbaan Het gedeelte van de weg bestemd voor voertuigen.
Rijstrook Een deel van de rijbaan voor een rij voertuigen.
Uitvoegen De weg verlaten door naar een andere rijstrook te gaan.
Voorrang verlenen Andere weggebruikers eerst laten gaan.
Voorrangsweg Weg waarop bestuurders voorrang hebben op kruisend verkeer.
Voorsorteren Op tijd de juiste rijstrook kiezen voor een manoeuvre.
Weghelft De linker- of rechterkant van een rijbaan.

Verkeersborden en tekens

Of liever direct verkeersborden oefenen?
Autoweg Weg waar alleen motorvoertuigen mogen rijden met een minimumsnelheid.
Autosnelweg Weg met gescheiden rijbanen en geen kruisend verkeer.
Bebouwde kom Gebied aangegeven met plaatsnaamborden waar specifieke verkeersregels gelden.
Bord Officieel verkeersteken dat een regel, gebod of waarschuwing aangeeft.
Gebodsbord Blauw rond bord dat aangeeft wat je verplicht moet doen.
Geslotenverklaring Bord dat aangeeft dat een weg niet toegankelijk is voor bepaalde voertuigen.
Informatiebord Bord dat extra informatie geeft over de weg of situatie.
Onderbord Aanvullend bord dat extra uitleg geeft bij een verkeersbord.
Parkeerbord Bord dat aangeeft waar je wel of niet mag parkeren.
Prioriteitsbord Bord dat de voorrangssituatie op een kruispunt aangeeft.
Stopbord Bord dat verplicht tot volledig stoppen voor de stopstreep.
Verbodsbord Rond bord met rode rand dat aangeeft wat niet is toegestaan.
Verkeerslicht Lichtsignaal dat het verkeer regelt met rood, oranje en groen.
Verkeersteken Alle officiële borden, lichten en markeringen op de weg.
Voorrangsbord Bord dat aangeeft wie voorrang heeft op een kruispunt.
Waarschuwingsbord Driehoekig bord dat waarschuwt voor een gevaarlijke situatie.
Wegmarkering Lijnen en tekens op het wegdek die regels of aanwijzingen geven.
Zebrapad Oversteekplaats voor voetgangers met witte strepen op de weg.

Ben jij klaar voor je theorie-examen?
Check je niveau en start direct met oefenen. Meer dan 3.000 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Gedrag en verkeersinzicht

Aanpassen snelheid Je snelheid afstemmen op de situatie, zoals weer, verkeer en weg.
Anticiperen Vooruitkijken en inspelen op wat er kan gebeuren in het verkeer.
Afstand houden Voldoende ruimte bewaren tot je voorganger om veilig te kunnen reageren.
Besluitvaardigheid Snel en duidelijk een keuze maken in een verkeerssituatie.
Defensief rijden Rijden op een manier waarbij je rekening houdt met fouten van anderen.
Doorstroming Hoe vlot het verkeer zich verplaatst zonder onnodige vertraging.
Gevaarherkenning Op tijd zien en begrijpen van mogelijke risico’s in het verkeer.
Kijkgedrag Hoe en waar je kijkt om situaties goed te kunnen inschatten.
Oplettendheid Continu aandacht hebben voor wat er om je heen gebeurt.
Reactietijd De tijd tussen het zien van een situatie en het uitvoeren van een actie.
Risicobewustzijn Inzicht hebben in mogelijke gevaren en daar rekening mee houden.
Rijgedrag De manier waarop iemand zich in het verkeer gedraagt.
Situatie inschatten Beoordelen wat er gebeurt en wat je moet doen.
Spiegelen In de spiegels kijken om verkeer achter en naast je te zien.
Veiligheid Het voorkomen van gevaarlijke situaties voor jezelf en anderen.
Verkeersinzicht Begrijpen hoe verkeerssituaties werken en wat er verwacht wordt.
Voorspelbaar rijden Rijden op een manier die duidelijk is voor andere weggebruikers.
Waarnemen Bewust kijken en signalen in het verkeer opmerken.
 

Bijzondere situaties en handelingen

Afremmen Snelheid verminderen door te remmen of gas los te laten.
Achteruitrijden Rijden in tegengestelde richting van de normale rijrichting.
Blinde hoek Gedeelte naast of achter een voertuig dat niet zichtbaar is in spiegels.
File rijden Rijden in langzaam of stilstaand verkeer.
Gevaarlijke situatie Situatie waarin kans is op een ongeval.
Keren Je rijrichting volledig omdraaien op de weg.
Noodstop Zo snel mogelijk stoppen om een ongeval te voorkomen.
Parkeren Je voertuig stilzetten en verlaten voor langere tijd.
Ritsen Om en om invoegen bij het samenkomen van rijstroken.
Slipgevaar Situatie waarbij banden grip verliezen op het wegdek.
Spookrijden Tegen de rijrichting in rijden op een weg.
Stilstaan Voertuig kort tot stilstand brengen zonder het te parkeren.
Uitwijken Plotseling van richting veranderen om een obstakel te vermijden.
Vluchtstrook Strook langs de snelweg voor noodgevallen.
Voor laten gaan Een ander eerst laten rijden zonder dat dit verplicht is.
Wegwerkzaamheden Situaties waarbij aan de weg wordt gewerkt en regels kunnen afwijken.
Zicht belemmering Situatie waarin je niet goed kunt zien wat er gebeurt.
Zijwind Wind die van opzij komt en invloed heeft op de stabiliteit van het voertuig.

Ben jij klaar voor je theorie-examen?
Check je niveau en start direct met oefenen. Meer dan 3.000 oefenvragen, 60 oefenexamens een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Voertuig en techniek

ABS Systeem dat voorkomt dat wielen blokkeren bij hard remmen.
Achterlichten Lichten aan de achterkant die je zichtbaar maken voor verkeer achter je.
Airbag Opblaasbaar kussen dat bescherming biedt bij een botsing.
Bandenspanning De hoeveelheid lucht in een band, belangrijk voor grip en veiligheid.
Remweg De afstand die je aflegt vanaf het remmen tot stilstand.
Remsysteem Het geheel van onderdelen dat zorgt voor het afremmen van het voertuig.
Dimlicht Verlichting die je gebruikt bij normaal rijden in het donker.
Gordel Veiligheidsriem die inzittenden beschermt bij een botsing.
Grootlicht Sterke verlichting voor goed zicht buiten de bebouwde kom zonder tegenliggers.
Kenteken Uniek nummer waarmee een voertuig geregistreerd is.
Koppeling Onderdeel waarmee je schakelt tussen versnellingen.
Motor Het onderdeel dat het voertuig aandrijft.
Mistlicht Extra verlichting bij slecht zicht door mist of zware regen.
Reactieafstand Afstand die je aflegt tijdens je reactietijd.
Richtingaanwijzer Knipperlicht waarmee je aangeeft dat je van richting verandert.
Schakelbak Systeem waarmee je de versnellingen van een voertuig regelt.
Stuurbekrachtiging Systeem dat het sturen lichter en makkelijker maakt.
Veiligheidsvoorziening Onderdeel dat bedoeld is om letsel of schade te beperken.

Milieu en verantwoord rijden

Brandstofverbruik De hoeveelheid brandstof die een voertuig gebruikt over een afstand.
CO2-uitstoot Hoeveelheid koolstofdioxide die een voertuig uitstoot.
Defensief rijden Rijstijl waarbij je rekening houdt met fouten van andere weggebruikers.
Duurzaam rijden Rijden met zo min mogelijk belasting voor het milieu.
Eco-rijden Rijstijl gericht op laag brandstofverbruik en minder uitstoot.
Gelijkmatig rijden Rijden zonder onnodig remmen of versnellen.
Stationair draaien Motor laten draaien terwijl het voertuig stilstaat.
Schakelmoment Het moment waarop je overschakelt naar een andere versnelling.
Toerental Het aantal omwentelingen van de motor per minuut.
Verkeersdoorstroming Hoe soepel verkeer zich verplaatst zonder opstoppingen.
Verantwoord rijgedrag Rijden met aandacht voor veiligheid, milieu en andere weggebruikers.
Vroeg opschakelen Tijdig naar een hogere versnelling gaan om brandstof te besparen.
Zuinig rijden Rijden op een manier die brandstofverbruik vermindert.

Klaar om te oefenen?

3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Start met oefenen

Direct resultaat

Inhoudsopgave

Klaar om te oefenen?

3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Start met oefenen

Direct resultaat

URL has been copied successfully!
URL has been copied successfully!
Facebook
X (Twitter)
Whatsapp
Link kopiëren

Leer meer over autotheorie