Autoverlichting en de autotheorie: alles wat je moet weten

Verlichting is een van de onderwerpen die op het autotheorie-examen gegarandeerd terugkomt. De regels zijn niet ingewikkeld, maar er zitten genoeg details in die kandidaten regelmatig fout gaan: wanneer mag je groot licht gebruiken, wanneer is het achtermistlicht verplicht en wat is eigenlijk het verschil tussen stadslicht en dagrijverlichting? In dit artikel zetten we alle lichten op een rij en leggen we de bijbehorende verkeersregels helder uit.

URL has been copied successfully!
URL has been copied successfully!
Facebook
X (Twitter)
Whatsapp
Link kopiëren

Seinen met groot licht

Hoewel veel weggebruikers het doen om andere weggebruikers te waarschuwen of attenderen op iets, mag je niet seinen met groot licht. Er staat een boete van € 190 op. Deel via WhatsApp

De verschillende lichten op een auto

Een auto heeft meerdere soorten verlichting, elk met een eigen functie en eigen regels. Voor de autotheorie is het belangrijk dat je weet welk licht waarvoor dient en wanneer je het mag of moet gebruiken.

Dimlicht
De standaardverlichting die je gebruikt zodra het donker wordt of het zicht slecht is. Verlicht de weg voor je zonder andere weggebruikers te verblinden.

Grootlicht
Geeft veel meer licht dan dimlicht en verlicht de weg ver vooruit. Alleen toegestaan als er geen ander verkeer in de buurt is.

Stadsverlichting
Zwakke verlichting, niet krachtig genoeg om mee te rijden. Bedoeld om je auto zichtbaar te maken als je stilstaat of parkeert langs de weg in het donker.

Mistlicht (voor)
Fel licht voor de voorkant, alleen toegestaan bij dichte mist, zware sneeuwval of hevige regen als dimlicht niet voldoende is.

Mistlicht (achter)
Nog feller rood licht aan de achterkant. Alleen toegestaan als het zicht minder dan 50 meter is door mist of sneeuw, niet bij regen.

Remlichten gaan automatisch aan zodra je remt en maken andere weggebruikers attent dat je vaart mindert. Auto’s die na september 2001 op kenteken zijn gezet, hebben verplicht een derde remlicht.

Dagrijverlichting is verlichting die moderne auto’s automatisch aan hebben overdag. Het maakt je beter zichtbaar, maar verlicht de weg zelf niet. Let op: bij veel auto’s branden de achterlichten niet automatisch mee als alleen de dagrijverlichting aan is.

Richtingaanwijzers gebruik je om aan te geven dat je van richting verandert, afslaat of de weg op of af gaat. Ze zijn verplicht bij elk manoeuvre waarbij je van positie verandert.

De verkeersregels over autoverlichting voor je autotheorie-examen

Verlichting lijkt simpel, maar de regels zitten vol details die op het examen terugkomen. Wanneer mag groot licht precies niet? En waarom mag je het achtermistlicht niet bij regen gebruiken? Dit zijn precies de vragen die kandidaten vaak fout hebben. Hieronder staan de regels per lichttype op een rij.

Licht Regel
Dagrijverlichting Moderne auto’s hebben dagrijverlichting die automatisch aan gaat. Je mag het overdag gebruiken, maar het vervangt dimlicht niet zodra het donker wordt.
Dimlicht Verplicht in het donker. Overdag mag het bij slecht zicht, zoals mist, regen of sneeuw. Als het mistlicht voor brandt, hoeft het dimlicht niet aan.
Groot licht Alleen in het donker toegestaan, binnen en buiten de bebouwde kom. Verboden bij tegenliggers en als je vlak achter een ander voertuig rijdt, ook achter fietsers en bromfietsers.
Mislicht voor Alleen bij dichte mist, zware sneeuwval of hevige regen waarbij dimlicht niet voldoende is. Buiten deze situaties is gebruik verboden en staat er een boete op.
Mislicht achter Alleen als het zicht minder dan 50 meter is door mist of sneeuw. Bij regen mag het achtermistlicht niet aan. Ook hier staat een boete op onterecht gebruik.

Verder dan de autotheorie: onze tips voor je autoverlichting

De theorie leer je voor het examen, maar goede verlichtingsgewoonten neem je mee de rest van je rijleven. Dit zijn de belangrijkste tips.

  1. Zet standaard je dimlicht aan zodra je instapt, ongeacht het tijdstip. Overdag maakt het je zichtbaarder voor andere weggebruikers, en je went er snel aan zodat je het nooit vergeet als het echt nodig is.

  2. Controleer regelmatig of al je lichten nog werken. Een kapotte lamp merk je zelf niet altijd op, maar het kan je een boete opleveren en is gevaarlijk. Loop voor een lange rit even om je auto heen of vraag iemand om te kijken terwijl je remt en de richtingaanwijzers test.

  3. Vergeet je achterlichten niet bij dagrijverlichting. Veel auto’s hebben dagrijverlichting die alleen aan de voorkant brandt. Bij schemering of regen denk je dan goed zichtbaar te zijn, terwijl je van achteren nauwelijks te zien bent. Schakel in die situaties altijd over op dimlicht.

  4. Zet je mistlicht op tijd weer uit. Veel bestuurders vergeten het achtermistlicht uit te zetten nadat de mist is opgetrokken. Onnodig mistlicht verblindt bestuurders achter je en levert bij controle een boete op.

  5. Pas je verlichting aan bij tunnels. Rij je een tunnel in op een zonnige dag, schakel dan direct je dimlicht in. De overgang van fel daglicht naar de donkere tunnel maakt je anders even slecht zichtbaar voor andere weggebruikers.

Ben jij klaar voor je theorie-examen?
Check je niveau en start direct met oefenen. Meer dan 3.000 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Klaar om te oefenen?

3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Start met oefenen

Direct resultaat

Inhoudsopgave

Klaar om te oefenen?

3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Start met oefenen

Direct resultaat

URL has been copied successfully!
URL has been copied successfully!
Facebook
X (Twitter)
Whatsapp
Link kopiëren

Leer meer over autotheorie