Strikvragen op het theorie-examen auto

Het woord ‘strikvragen’ klinkt alsof het CBR je bewust probeert te misleiden. Dat klopt niet helemaal. Het CBR spreekt zelf liever van uitdagende vragen: vragen die toetsen of je de regels echt begrijpt en kunt toepassen, niet alleen of je ze uit je hoofd kent. Toch zijn er situaties en formuleringen die kandidaten structureel vaker fout hebben, simpelweg omdat ze makkelijk over het hoofd worden gezien of omdat de logica net anders werkt dan je verwacht.

URL has been copied successfully!
URL has been copied successfully!
Facebook
X (Twitter)
Whatsapp
Link kopiëren

Strikvragen op het theorie-examen

Het CBR zal nooit bewust strikvragen in het theorie-examen zetten. Het doel is de verkeersregels leren: vragen zijn uitdagend, maar niet gemaakt om je om de tuin te leiden. Deel via WhatsApp

Veelvoorkomende strikvragen op het theorie-examen auto

Veel fouten op het autotheorie-examen ontstaan niet door gebrek aan kennis, maar door te snel lezen. Herken de valkuilen hieronder, en je bent al een stap voor.

1. Heeft alle verkeer van rechts voorrang?

Dit is een van de meest voorkomende misvattingen. Op een gelijkwaardige kruising geef je voorrang aan verkeer van rechts, maar voetgangers vallen daar niet onder. Een voetganger die van rechts oversteekt heeft dus niet automatisch voorrang op jou als automobilist.

2. Moet je een overstekende voetganger voorrang geven als je afslaat?

Ja, en dit verrast veel mensen. De regel is dat rechtdoor op dezelfde weg altijd voor gaat. Sla je af, dan ben jij degene die manoeuvreert en moet je alle weggebruikers die rechtdoor gaan voorrang geven, inclusief voetgangers die het trottoir of zebrapad oversteken.

3. Mag je de weg op met een kapotte toerenteller?

Ja, dat mag. De toerenteller geeft aan hoe snel de motor draait, maar heeft geen directe invloed op de veiligheid in het verkeer. De snelheidsmeter is wél verplicht werkend: die mag je niet gebruiken als hij kapot is. Veel kandidaten halen de twee door elkaar.

4. Mag je rijden zonder binnenspiegel?

Ja, zolang je maar voldoende zicht hebt op het verkeer achter je. Als de binnenspiegel is beschadigd of ontbreekt, maar je via de buitenspiegels nog goed achterom kunt kijken, is dat toegestaan. De wet schrijft voor dat je voldoende zicht naar achteren moet hebben, niet dat de binnenspiegel per se aanwezig moet zijn.

Denk daarbij aan een bestelbusje, dat onder rijbewijs B valt, maar soms geen achteruitkijkspiegel heeft. Dat is prima!

Hoewel veel mensen het doen, mag je niet seinen met je groot licht. Ook niet om iemand erop te attenderen dat ze zelf het groot licht nog aan hebben. Je kunt een boete van € 190 krijgen voor seinen met groot licht.

5. Is dimlicht alleen ’s avonds verplicht?

Nee. Dimlicht is verplicht zodra het donker is, maar ook overdag bij slecht zicht door mist, regen of sneeuw. Veel mensen denken dat dimlicht puur een nachtfunctie is, maar het doel is zichtbaarheid voor andere weggebruikers. En die is ook overdag verminderd als het weer slecht is.

6. Sta je goed voorgesorteerd als je op de meest linkse rijbaan voor het stoplicht staat?

Niet per definitie. Als er twee rijbanen zijn voor afslaand verkeer naar links, moet je zoveel mogelijk rechts houden op die twee banen. Sta je alleen voor het stoplicht, dan gebruik je dus de rechter van de twee afslaande banen. 

Staan er meer auto’s, dan vul je de banen van rechts naar links op. De meest linkse baan is dus pas aan de beurt als de rechter baan al bezet is.

7. Mag je in de stad alleen stadslichten aan hebben?

Nee. Stadslicht is zwakke verlichting die alleen bedoeld is om je auto zichtbaar te maken als je stilstaat. Zodra het donker is of het zicht slecht is, ben je verplicht dimlicht te voeren. 

Rij je een auto met automatische dagrijverlichting, dan schakelt die overdag automatisch in, maar ook dat vervangt dimlicht niet zodra de lichtomstandigheden dat vereisen.

8. Je rijdt naast een fietspad met een onderbroken streep en een fietser. Mag je voorsorteren op het fietspad als je gaat afslaan?

Nee. Een onderbroken streep op een fietspad betekent in principe dat je er overheen mag rijden om voor te sorteren voor een afslag. Maar zodra er een fietser op het fietspad rijdt, heeft die voorrang en moet je wachten. 

De onderbroken streep geeft je de mogelijkheid om op te rijden, maar nooit ten koste van een fietser die al op het fietspad rijdt. Zonder fietser had het wel gekund.

Klaar om te oefenen?

3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Start met oefenen

Direct resultaat

Inhoudsopgave

Klaar om te oefenen?

3250 oefenvragen, 60 oefenexamens, een videocursus en nog veel meer. En dat voor één prijs.

Start met oefenen

Direct resultaat

URL has been copied successfully!
URL has been copied successfully!
Facebook
X (Twitter)
Whatsapp
Link kopiëren

Leer meer over autotheorie